Mijnsite Houthalen-Helchteren

Terug

Van een facelift gesproken! Het huidige administratief centrum bevindt zich op de voormalige mijnsite van Houthalen. Een mooi staaltje van moderne architectuur dat meteen in het oog springt.

Modern en verleden

Het mijnverleden is in Houthalen nog duidelijk aanwezig. De twee grote mijnschachten kan je niet omheen kijken. Het hoofdgebouw van de mijn doet nu dienst als het museum van GreenVille waar je heel wat materiaal uit de mijnperiode kan bezichtigen. Tegelijkertijd is dit ook een plek waar de toekomst niet vergeten wordt. GreenVille brengt mensen met kennis en ervaring over groene economie samen.

Het mijnverhaal van Ludo Pellens

Ludo Pellens is afgevaardigd bestuurder van Benvitec, een bedrijf gespecialiseerd in innoverende energie- en milieutechnieken. Zijn persoonlijke mijnverleden begon al heel vroeg. Toen hij student was, deed hij vakantiewerk in de mijnen. Later schopte hij het tot mijningenieur.

Ludo Pellens: "Tijdens mijn studententijd deed ik elk jaar 1 maand vakantiewerk - onder de grond."

Mijnwerkerswoningen (mijnverleden)

HOUTHALEN-HELCHTEREN
De oudste woningen liggen aan de Kerklaan, de Wildrozenstraat, de Bremstraat en de Varenstraat.
De Kerklaan is de hoofdas van de cité waarrond het algemeen plan symmetrisch is opgebouwd. Ze ligt in de het verlengde van de majestueuze toegang tot de cité met het ronde Welkomsplein en loopt uit op een halfcirkelvormig plein, waar later de mijnkathedraal zou worden voorzien (is echter niet gerealiseerd). In het begin van de jaren 1940 omvat de cité behalve de directeurswoning, 160 arbeiderswoningen en 30 bediendewoningen. De watertoren, gebouwd in 1940, zorgt ervoor dat alle woningen van leidingwater zijn voorzien.
De woningen voor de mijnwerkers zijn drie- tot zeswoonsten, zonder enige franje, vooral in de Bremstraat, de Wildrozenstraat en de Varensraat. De lager bedienden worden meestal in een tweewoonst gehuisvest.
Aan het begin van de oorlogsjaren zijn er nog maar weinig huizen bewoond op de nieuwe cité. Omdat het werken in de koolmijn weinig aantrekkelijk is, blijft de verhoopte toeloop van werknemers uit. Na de oorlog is dat met de kolenslag wel anders en komen Italiaanse en Poolse gezinnen zich massaal in de cité vestigen.
In 1948 worden 80 goedkope en uniforme betonnen arbeiderswoningen gebouwd in de Acaciastraat en in de Gagelstraat.
Om de toevloed van vreemde arbeiders op te vangen moeten in 1947 opeens 222 noodwoningen (barakken) gebouwd worden, verspreid over negen straatjes. Deze noodwoningen zijn voorbehouden voor Italiaanse, Poolse en Oekraïense gezinnen. In 1972 – 1973 werden de barakken met de grond gelijk gemaakt en vervangen door een nieuwe sociale woonwijk.