Kasteel Terlaemen

Het landgoed Terlaemen wordt reeds vermeld in 1293 als eigendom van Clara van der Lamen, die na haar huwelijk met Herni Malapart de naam Malapart de Lame aanneemt. Sinds die tijd is het domein vrijwel ongewijzigd gebleven. Het kasteel krijgt zijn huidige vorm in 1750 toen het als jachtslot gebouwd werd door graaf Jean de Borchgraeve.

In 1811 verkocht Graaf Jean de Borchgraeve het kasteel aan Jonkheer Laurent Palmers. Zijn nakomelingen noemden zich vanaf 1811 Palmers de Terlamen. De twee zijvleugels werden in 1811 toegevoegd door de familie Palmers de Terlamen.

Het witgeverfde kasteel prijkt statisch tussen het prachtig groen en de natuur. Zowel vanop de gewestweg als vanop de Bolderberg is het een blikvanger met zijn symmetrische classicistische stijl, bekroond met een fronton uitgebouwd in het dak
(niet toegankelijk voor publiek).

In de tuinen van het kasteel wordt jaarlijks in juli een fuchsia- en kuipplantententoonstelling georganiseerd.

Het landgoed Terlaemen dankt zijn naam aan de ligging op de Laambeek die van west naar oost door het domein kronkelt en de vele vijvers bevoorraadt. Het domein is 142 ha groot.

50 ha zijn ingenomen door kweekvijvers voor vissen. Zoals elders in Midden-Limburg werden Kempense vennen uitgediept, oorspronkelijk om ijzeroer en ijzerzandsteen te delven. Later werden ze gebruikt om vis te kweken. De vijvers van het domein behoren tot het Vijvergebied Midden-Limburg.

In totaal zijn er 20 kweekvijvers waar negen verschillende soorten vissen worden gekweekt (o.a. 3 soorten karpers, lauw, brasem, voorn).

De overige 92 ha omvatten dennen- en loofbossen en prachtige stukken heide.

De kasteeltuin zelf beslaat 2,5 ha.